Onderzoek ondervertegenwoordiging allochtone jongeren in Jeugd-ggz
Waarom zijn allochtone jongeren oververtegenwoordigd bij Jeugdzorg, maar komen ze verhoudingsgewijs weinig terecht in de Jeugd-ggz? De Jutters, centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie in de regio Haaglanden, is een groot onderzoek gestart om deze vraag te beantwoorden.

Ruim de helft van de jongeren onder de twintig jaar in Den Haag is van niet-westerse herkomst. Er belanden echter minder allochtone jongeren in de Jeugd-ggz dan men op basis van hun aandeel in de regio zou verwachten. De Jutters heeft de zorg aan allochtone jeugd tot speerpunt gemaakt en wil graag meer weten over de aard, omvang en oorzaken van de ondervertegenwoordiging. Daarom is de organisatie gestart met vier deelonderzoeken.

Vergelijking registratiegegevens
In het eerste deelonderzoek worden de cliŽntgegevens van De Jutters vergeleken met de CBS-bevolkingsgegevens van Den Haag en omstreken. De bedoeling hiervan is om te zien in welke mate het gebruik van de ggz van de diverse etnische minderheidsgroepen afwijkt van die van de autochtone Nederlanders met een soortgelijke sociaal-economische status. "Vooraf moeten de registratiegegevens van De Jutters volledig op orde zijn", zegt Albert Boon, GZ psycholoog en senior onderzoeker, "daar zijn we nu nog hard mee bezig."

Rol van verwijzers
Als jongeren problemen hebben, kan dat door meerdere mensen worden opgepikt. Ouders, huisartsen en leerkrachten spelen een belangrijke rol bij de doorverwijzing naar hulpverleners. Bureau Jeugdzorg is daarnaast de officiŽle toegangspoort tot de jeugd-ggz. In het tweede deelonderzoek wordt gekeken of de etnische herkomst van jongeren invloed uitoefent op de beoordeling van de problematiek door verwijzers. Is er sprake van een īetnische biasī in het verwijstraject en zo ja, hoe kunnen verwijzers hiervan bewust worden?

Verschil in visie
De onderzoekers vermoeden dat er verschillen bestaan tussen allochtone en autochtone jongeren en hun ouders in de visie op psychische problemen. Daarom wordt in het derde deelonderzoek onderzocht of deze verschillen inderdaad bestaan en zo ja, welke gevolgen ze hebben, bijvoorbeeld met betrekking tot hulpzoekgedrag. In Marokkaans-, Turks-, Surinaams-, Antilliaans- en autochtoon Nederlandse gezinnen worden ouders en kinderen geÔnterviewd.

Oorzaken afbreken therapie
Het lijkt erop dat allochtone cliŽnten vaker en eerder therapie afbreken dan autochtone cliŽnten. In het vierde deelonderzoek wordt gekeken naar de oorzaken hiervan. Daarbij worden ook andere factoren dan de etnische achtergrond van een cliŽnt in ogenschouw genomen. Denk aan gezinsfactoren, therapeutische relatie, wensen en verwachtingen van cliŽnten. Jutters hoopt op deze manier de elementen te achterhalen die voortijdig beŽindigen van een behandeling veroorzaken.

Met de uitkomsten van al deze onderzoeken wil De Jutters maatregelen nemen om de toegankelijkheid tot de jeugd-GGz te verbeteren en het zorgaanbod aan te passen.

Bron: Anna de Haan, Albert Boon in Epidemiologisch bulletin 43, nummer 4 (2008) p 49-50. Foto: Epidemiologisch bulletin.Publicatiedatum: 23 januari 2009 15:31 uur
 
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder toestemming van Mikado.