Taaltoets frustreert instroom buitenlandse artsen
Ondanks de grote vraag naar medisch personeel stromen er steeds minder artsen uit het buitenland in. Tot 2005 werden er jaarlijks zo’n honderd toegelaten, de afgelopen drie jaar in totaal slechts 19. Dat ontdekte Paul Herfs, vertrouwenspersoon aan de Universiteit Utrecht (UU), die 31 maart 2009 hierop promoveerde aan de UU.

In het onderzoek van Herfs staan artsen uit niet-EU-landen centraal. Meestal betreft dit politieke vluchtelingen die als arts werkzaam waren in hun land van herkomst. Zij willen graag als arts aan het werk in Nederland. Vanwege veranderd beleid is dit de laatste jaren echter een stuk moeilijker geworden. Een onbegrijpelijke en ongewenste situatie, meent Herfs.

Toelatingsverzoeken
Tot 2005 beoordeelde de Commissie Instroom Buitenlandse Artsen de toelatingsverzoeken van buitenlandse artsen. In de periode 1996-2005 beoordeelde de commissie meer dan duizend aanvragen. Een groot deel van de personen van wie aanvraag werd gehonoreerd, studeerde af als arts en vond vervolgens werk. Eén van hen is Akeel Alhafidh. In 1995 vluchtte hij vanuit Irak naar Nederland. In zijn thuisland had al de studie Geneeskunde afgerond en twee jaar gewerkt als basisarts. In een interview in de UAF Nieuwsbrief van maart vertelt hij: "In het asielzoekerscentrum in Hoogeveen was een arts die mij wel verder wilde helpen. Hij bracht me in contact met een chirurg met wie ik een dag mocht meelopen en zocht uit hoe ik in Nederland aan de slag kon." In 2001 voltooide Alhafidh de opleiding tot basisarts. Hierna specialiseerde hij zich als gynaecoloog in het Academisch Medisch Centrum Groningen.

Instroomcriteria
De CIBA-methode leek dus succesvol. De universiteiten vonden de instroomcriteria echter te laag. VWS op haar beurt meende dat onvoldoende artsen een baan vonden. In 2006 resulteerde dat in een nieuwe methode: het assessment. Kandidaten moeten niet alleen 2200 euro betalen, maar ook het Nederlands beheersen op het C2-niveau. Dat is het hoogste niveau dat er bestaat. De uitkomst van het assessment kan variëren van rechtstreekse inschrijving in het BIG-register tot een half tot drie jaar aanvullende studie. Na het doorlopen van de aanvullende opleiding kunnen kandidaten in Nederland als arts aan het werk.

Struikelblok
Slechts weinigen slagen echter voor het assessment. Vooral het taalexamen vormt een struikelblok. Herfs in hetzelfde artikel uit de UAF-nieuwsbrief: "De nieuwe procedure schrikt af. 2200 euro is een enorm bedrag als je hier als vluchteling zit. Tenslotte is het niveau Nederlands veel te hoog. Het is veel beter om het Nederlands tijdens de studie omhoog te brengen naar C2. Als er geen voorbereidingstraject wordt opgezet, kunnen we het assessment ten grave dragen." Akeel Alhafidh beaamt de conclusies van Herfs: "Ik zie om mij heen dat buitenlandse artsen nu thuis blijven omdat de procedure veel te moeilijk is geworden. De drempel ligt heel hoog, terwijl er hier een groot tekort aan artsen is. Dan is het toch onbegrijpelijk dat het ons zo moeilijk wordt gemaakt om hier te werken?"

Internationaal
In zijn proefschrift maakt Herfs een internationale vergelijking. In Australië, Canada, de VS en Groot-Britannie is de gezondheidszorg deels afhankelijk van gemigreerde artsen. Daar heeft de overheid assessmentprocedures ontwikkeld, toetsen en aanvullende scholingsprogramma’s. Een vergelijking tussen 10 EU-landen leverde ook grote verschillen op in de rol van de overheid en de universiteiten. In Denemarken, Noorwegen en Zweden organiseren universiteiten aanvullend onderwijs, in opdracht van het ministerie van volksgezondheid. In Nederland is er nu de assessment, maar geen schakelonderwijs of voorbereidingscursussen die artsen naar de procedure begeleiden.

Succes
Het ontbreken van aanvullend onderwijs en de hoge kosten van de assessment zijn dus duidelijke struikelblokken. Nog niet duidelijk is daarnaast of sociale diensten in de toekomst toestemming verlenen om te studeren met behoud van uitkering.
Herfs concludeert in zijn onderzoek dat artsen die zich kwalificeren om hier als arts te werken, er ook in slagen om werk te vinden. In die zin is de integratie van buitenlandse artsen succesvol en verdient veel meer ondersteuning.

Bron: NRC Handelsblad, Universiteit Utrecht, UAF. Foto: UAF.Publicatiedatum: 10 april 2009 17:10 uur
 
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder toestemming van Mikado.