Geen intercultureel beleid bij kraamzorgaanbieders
Allochtone vrouwen maken weinig gebruik van professionele kraamzorg en lopen daardoor meer gezondheidsrisico's, terwijl het al een kwetsbare groep is. Toch heeft geen enkele kraamzorgaanbieder specifiek beleid ontwikkeld met betrekking tot allochtone kraamvrouwen. Dat blijkt uit onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).

In veel culturen worden kraamvrouwen verzorgd door familieleden. Daardoor is er weinig behoefte aan een kraamhulp. Kraamzorg is bovendien een typisch Nederlands fenomeen, waar veel allochtone gezinnen niet of nauwelijks bekend mee zijn.

Postnatale zorg
Vanwege deze omstandigheden hebben allochtone vrouwen minder toegang tot de kraamzorg dan autochtone vrouwen. Hier kleven gezondheidsrisico's aan. Zo mist deze groep een wezenlijk deel van de postnatale zorg, evenals advies over bijvoorbeeld vitaminegebruik, wiegendood, en een veilige omgeving voor de baby. Ondanks het feit dat kraamzorg binnen de basisverzekering valt en dus voor elke inwoner - ongeacht afkomst - van Nederland beschikbaar moet zijn.

Beleid
De IGZ verwacht dat kraamzorgaanbieders beleid hebben gemaakt dat gericht is op allochtone gezinnen. Daarin moet een aantal zaken specifiek omschreven zijn. Hoe dienen kraamverzorgenden om te gaan met vanuit de achterliggende cultuur risicovolle gewoontes in de kraamtijd? Wat te doen in het geval van een taalbarrière? Geen van de door de IGZ achttien bezochte kraamzorgaanbieders bleek officieel beleid te hebben vastgesteld op het terrein van voorlichtende én preventieve taken bij allochtonen. Er worden wél diverse maatregelen genomen, zoals gebruik van tolkentelefoon, foldermateriaal in vreemde talen en soms zelfs de inzet van Voorlichters Eigen Taal en Cultuur (VETC). Maar dit wordt niet verankerd en ingebed in beleid.

Gezondheidsrisico's
De kraamzorgaanbieders zijn bovendien onvoldoende op de hoogte van specifieke
gezondheidsrisico’s bij gezinnen van niet-Nederlandse afkomst. Uit onderzoek blijkt echter keer op keer dat dit een kwetsbare groep is. Zo is er sprake van een hoge zuigelingensterfte onder allochtonen. De achterliggende oorzaken lijken per bevolkingsgroep te verschillen. Dit is één van de redenen waarom de overheid streeft naar verbetering van verloskundige zorgverlening. De kraamzorg lijkt hierbij echter achter te blijven.

Bijna geen kraamzorg in achterstandswijken
De directeur van Kraamzorg Rotterdam, Marja Huizing, beaamde deze week in Metro dat 80 procent van de gezinnen in achterstandswijken helemaal geen of te weinig kraamzorg ontvangen. Om die zorg wel te kunnen leveren is meer personeel nodig volgens haar. Kraamzorg Rotterdam wil daartoe ook specifiek allochtone kraamhulpen werven en opleiden.

Praktijk
De meeste kraamverzorgenden zeiden vooral interculturele ervaring in de praktijk te hebben opgedaan. Zo vertelde één van hen dat ze bij een gezin van niet-Nederlandse herkomst een mes in de wieg van de pasgeborene vond. Volgens de ouders beschermde het mes de baby tegen boze geesten. Als de kraamhulp nu in een soortgelijke situatie belandt, legt ze het mes in overleg met de ouders onder het matras, zodat de baby veilig in zijn wiegje kan liggen. Maar over specifieke gezondheidsrisico's bij deze groep kraamvrouwen was weinig kennis voorhanden.

Bron: Inspectie voor de Gezondheidszorg, Mikado, MetroPublicatiedatum: 1 mei 2009 12:16 uur
 
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder toestemming van Mikado.