Hoogste babysterfte bij migranten eerste generatie
De sterfte onder baby's van de eerste generatie niet-westerse allochtone vrouwen is ruim de helft hoger dan bij autochtone baby's. Dat blijkt een nieuwe analyse van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van het doodgeborenenbestand en gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).

Van niet-westerse allochtone moeders van de eerste generatie stierven ruim dertien baby's op elke duizend geborenen. Het ging om de periode voor, tijdens of binnen een week na de bevalling. Ongeveer 70 procent komt doodgeboren ter wereld. Cijfers over recentere periodes wijzen in dezelfde richting.

Tweede generatie
De babysterfte was in de periode 2004-2005 het hoogst onder Antillianen, Arubanen en Surinamers. In deze groep stierven 16,5 baby's per duizend geborenen. Bij autochtone moeders ging het om bijna negen sterfgevallen per duizend baby's. Het babysterftecijfer bij de tweede generatie niet-westerse allochtonen lag met 11,8 lager dan bij de eerste generatie, maar nog altijd 33 procent hoger dan bij autochtonen. Een uitzondering vormden baby's van Turkse afkomst: de perinatale sterfte was ongeveer gelijk aan die van autochtone kindjes.

Eerste levensjaar
Ook in het eerste levensjaar was bij Antilliaanse, Arubaanse of Surinaamse kinderen het sterftecijfer het hoogst. De zuigelingensterfte was 7,9 per duizend levendgeborenen. Ter vergelijking: de zuigelingensterfte bij autochtonen lag op 4,6. De zuigelingensterfte onder Turkse baby's was daaraan bijna gelijk.

Laag geboortegewicht
Waarom gingen verhoudingsgewijs veel Antilliaanse, Arubaanse of Surinaamse baby's dood? Wat was het verschil met leeftijdsgenootjes van Nederlandse en Turkse afkomst? De onderzoekers van het CBS geven geen verklaring voor de hogere babysterfte. Wel is duidelijk geworden dat baby's van migrantenmoeders vaker een laag geboortegewicht hadden. Zo was 23 procent van de Surinaamse en 21 procent van de Antilliaanse babys te licht. Ook vroeggeboorte kwam relatief vaak voor onder deze etnische groepen.

Oorzaken
Eerder onderzoek van Ernst-Jan Troe wees uit dat bloedverwantschap en roken tijdens de zwangerschap van invloed zijn op de perinatale sterfte onder Marokkaanse en Turkse baby's. Hij ging daarbij uit van cijfers uit Rotterdam. Opvallend genoeg concludeerde hij destijds dat de baby- en zuigelingensterfte bij kinderen van Turkse afkomst wl hoger was dan bij autochtonen. Bij baby's van Antilliaanse, Arubaanse of Surinaamse herkomst spelen mogelijk de lengte van vader en moeder, de sociaal-economische status en de leeftijd en burgerlijke status van de moeder een rol, meende Troe.

Verontrustende cijfers
De cijfers zijn verontrustend. De periode 2004-2005 is geen uitzondering. Minister Klink van Volksgezondheid heeft de Tweede Kamer al eerder laten weten dat babysterfte in Nederland moet worden teruggedrongen, vooral onder allochtonen. Onlangs liet Klink in een kamerdebat over gezondheidsverschillen opnieuw weten geschokt te zijn door de grote verschillen tussen bevolkingsgroepen wat betreft babysterfte.

Bron: CBS, NRC Handelsblad, Volkskrant, Wereldjournalisten, MikadoPublicatiedatum: 3 december 2009 11:44 uur
 
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder toestemming van Mikado.