Glenn Helberg

'Goed luisteren begint bij de ander even veel waard vinden als jezelf’


Glenn Helberg werkt als kinder- en jeugdpsychiater (bij Riagg Rijnmond en zelfstandig). Daarnaast is hij maatschappelijk actief in allerlei organisaties en activiteiten. Hij is onder meer voorzitter van het Overlegorgaan Caribische Nederlanders OCaN. Op 29 januari 2013 ontving hij de Koninklijke onderscheiding ‘Ridder in de Orde van Oranje Nassau’ uit handen van wethouder Andree van Es van Amsterdam.

Wat betekent de benoeming tot Ridder in de orde van Oranje Nassau voor u?
Als je arts wordt of psychiater, dan werk je keihard en doelgericht ergens naar toe en dan ben je blij wanneer het gelukt is. Maar die benoeming tot Ridder was een totaal ander gevoel. Ik doe gewoon mijn werk, doe wat ik belangrijk vind, en nu blijken er anderen te zijn die belangrijk vinden wat ik doe. Die waardering geeft me vleugels.

Wie inspireert of bewondert u op het gebied van de interculturele gezondheidszorg?
Oei… [even stil] misschien wat saai, maar mijn ouders zijn mijn inspiratiebron. Mijn moeder overleed toen ik 13 jaar was en ze heeft mij in die jaren zoveel meegegeven, dat ik heel lang geteerd heb op alle kennis die ze me had gegeven. Soms onbewust. Ze was leerkracht en werkte met kinderen. Tijdens mijn studie geneeskunde vond ik dermatologie en gynaecologie ook interessant, maar ik koos voor de psychiatrie. Pas toen ik al aan de slag was als kinder- en jeugdpsychiater dacht ik ‘hé, ik werk ook met kinderen’. Dan zie je de lijnen. Ze vertelde me altijd veel verhalen en ik merk dat ik op dezelfde manier verhalen beleef en vertel.
Een paar jaar geleden is mijn vader overleden en nu merk ik steeds meer hoeveel ik hem citeer en op hem lijk in mijn gedrag. Ik realiseer me steeds wat een bronnen ik in mij heb! Jezelf leren kennen is ook je ouders leren kennen en je voorouders, die zich in jou weerspiegelen. Je bent niet alleen in dit leven, je bent verbonden met de generaties voor jou.

Hoe bent u in de interculturele gezondheidszorg terecht gekomen?
Eerst wilde ik antropoloog worden. Ik heb Chinese, Indiaanse, Afrikaanse en Schotse voorouders. Mijn ouders herinnerden me hier vaak aan op een speelse grappige manier, ‘hé, die middenlijn op je buik, die is echt Chinees!’. Daardoor was ik me er altijd bewust van dat er verschillende volkeren door mij heen liepen. En ik kreeg interesse in hoe we op de Antilliaanse eilanden en in Suriname met al die volken en culturen samen leven. Hoe gaat dat en hoe kun je dat begrijpen? Op school kregen we les over indelingen van mensen, met benamingen zoals mesties, mulat enzo, maar die vond ik naar, die weigerde ik om te leren. Want er hoorde een waardering bij, de ene categorie was meer waard dan de andere. ‘Je bent half dit en een kwart dat’ is niet het punt, want zo kun je kijken naar de krachten die je in je hebt! Dat doen leerkrachten als het goed is, je krachten aanboren.

In mijn opleiding tot kinder- en jeugdpsychiater merkte ik dat mijn opleiders me vaak niet begrepen. Ik kreeg rare vragen, zoals ‘hoe kan het dat je therapieën slagen, je bent zo extravert!’ Ik probeerde toe te passen wat ze mij leerden, maar daar werden vraagtekens bij gezet. En emoties uiten, dat leek niet te kunnen…
Daarom koos ik er eerst voor als zelfstandig psychiater te gaan werken. Om uit te vinden hoe ik mijn waarden kon integreren met mijn vak. Om kennis van het noorden, zuiden, oosten en westen, van boven en beneden, te combineren. Zo was het heel logisch om in het transculturele werk terecht te komen. Want in dat vakgebied moet je jezelf heel goed kennen. Leren om niet alleen met je hoofd te werken, maar ook op je gevoel durven vertrouwen. Een cliënt komt met een verhaal, je moet alle signalen die je opvangt - met je verstand, je gevoel, je lichaam - kunnen registreren en gebruiken. Cliënten vertellen wat belangrijk voor hen is soms met woorden, soms op een andere manier. Dat moet je kunnen opvangen en er iets mee doen.

Wat vindt u belangrijk in de dagelijkse praktijk van interculturele zorg?
Ik denk dat je de kennis en ervaring die je als psychiater opdoet niet alleen voor jezelf moet houden en met collega’s delen, maar ook maatschappelijk moet inzetten. Wat kan ik met deze kennis? Kan ik er alleen een DBC mee openen en invullen of kan ik de realiteit die de spreekkamer inkomt ook meerdimensionaal bekijken? De context van de familie en de maatschappij waar een kind opgroeit is ongelofelijk belangrijk. Het gaat om de dynamiek van al die aspecten, die elkaar beïnvloeden. Daarom ben ik ook de spreekkamer uitgegaan. Het voldoet niet om de criminaliteit van een Antilliaanse jongen te wijten aan zijn cultuur. Je moet verder kijken naar wat er gebeurt, naar de pijn van zo’n jongen, naar zijn psychosociale omstandigheden.

In de hele wereld en uit literatuur is bekend dat in armoede leven en gemarginaliseerd worden tot problemen leidt. Criminaliteit is één van die problemen. We vinden het in onze samenleving normaal dat er steeds meer armoede is en dat mensen in de marge terecht komen, maar er mag geen criminaliteit uit voortkomen. Met het vertoog over cultuur ontkennen we die armoede en andere omstandigheden. Dan zijn er mensen die zeggen ‘ja, maar Marokkaanse en Antilliaanse jongens zijn veel vaker crimineel’. Dan moet je dus niet naar de cultuur kijken als verklaring, maar naar wat er gebeurt met die jongens, naar de pijn die ze hebben. Aan welke krachten zijn ze onderhevig, welke krachten steunen en beschermen hen en welke lokken criminaliteit uit?

Wat waardeert u het meest in uw werk?
Ik vind het ongelofelijk prettig om met zoveel diversiteit te maken te hebben in mijn werk. En dan bedoel ik niet alleen culturele diversiteit. Er zijn zoveel invalshoeken in mijn werk met cliënten. Ik wil heel zijn, in heelheid mijn werk doen.

Ik blijf mooie dingen leren, bijvoorbeeld van een bicultureel stel in mijn praktijk. Zij benadert hun gezin vanuit regels, hij vanuit relaties. Zij zegt ‘die relaties bij jullie, die onderdrukken de vrouw, zij mag alleen iets zeggen als de man goedkeuring geeft’. Hij redeneert anders en zegt ‘ja, dat klopt, maar boven mij is ook weer een autoriteit, aan wie ik verantwoording moet afleggen.’ Dat betekent dat je zorgvuldig moet zijn in wat je zegt en wat je doet. Je moet zorgvuldig met je relaties omgaan. Dus zegt die man ‘ik moet ook zorgvuldig met jou omgaan, goed luisteren naar wat jij te zeggen hebt en wat jouw noden zijn. Dat kan ik niet als onderdrukking zien.’
Dus er zitten minstens twee kanten aan. Wij vanuit het westen vinden regels belangrijk en bepaalde verhoudingen onderdrukkend, maar de andere kant ervan is dat die verhoudingen je dwingen tot zorgvuldigheid en relaties goed houden. Wij zeggen, je moet je aan de regels houden en anders krijg je straf. We mogen zeggen wat we willen, vrijheid van meningsuiting en gelijkheid gaan boven alles. Maar daardoor letten we niet op relaties, die maken we kapot.

Met kennis, gezag of autoriteit ben je juist extra verantwoordelijk voor dat het goed gaat. Leiding geven betekent dat je vanuit die verantwoordelijkheid naar de ander luistert. Anders ben je alleen maar met machtsuitoefening bezig. Zet kennis en ervaring in om harmonie te vinden, de banden niet door te snijden. Dat vind ik interessant aan transcultureel werk. Proberen de woorden achter de woorden te horen, juist in de dynamiek tussen mensen.

Wat zijn uw ambities in uw huidige werk?
Ik ben heel veel bezig geweest met dingen doen. Als psychiater, in maatschappelijke organisaties en activiteiten. Ik heb ook veel lesgegeven. Mijn ambitie nu is om eens op te schrijven wat mijn gedachten zijn. Het is ook vaak aan me gevraagd als ik lesgaf ‘waar is je boek hierover?’ Ik wil graag de rust vinden om na te denken en te lezen wat anderen geschreven hebben over thema’s die ik belangrijk vind. En van daaruit mijn werkwijze en ervaringen beschrijven. In de geest van het Afrikaaanse Ubuntu I am because of others. Het gaat om de relatie tussen jou en anderen. Dat is eigen aan een psychiatrische behandeling, je bent in een relatie met de ander. En daar leer je voortdurend van.

Ik zou graag de rust willen nemen om dit soort dingen op te schrijven. Ook over andere thema’s die mij bezighouden, zoals de positie van vaders. Dat thema heb ik maatschappelijk en politiek op de agenda gezet. Zo heb ik meegewerkt aan een symposium 'Afwezige vaders bestaan niet.' Nu is het tijd om daar over te schrijven, om dat uit te diepen in een boek. We leven in een mannenmaatschappij, mannen hebben de meeste macht en geld, maar we geven onze kinderen niet wat ze nodig hebben.

Welke ervaring maakte indruk op u?
Ik kreeg als jonge psychiater in opleiding een cliënt toegewezen bij wie men had laten merken ‘daar valt eigenlijk geen eer aan te behalen, dat wordt moeilijk.’ Maar die jongen bleek tijdens de therapie te groeien, hij ging beter functioneren. Toen kwam ik op de gang mijn opleider tegen en hij vroeg ‘hoe gaat het met die jongen?’ Ik stond stil en zei ‘het gaat zó goed met hem en dat raakt me, dat doet me goed.’ Toen werd ik bij de hoogleraar geroepen om erover te spreken, want ik had mijn emoties niet in de hand, moest ik misschien opnieuw in therapie? Ik dacht ‘ik doe iets fout’ maar voelde ook ‘ik ben wie ik ben, mijn gevoel kan toch niet fout zijn?’ Dit heeft me doen besluiten eerst voor mezelf te beginnen als zelfstandig psychiater.

Gisteren sprak ik een Armeense jongen. Met problemen, zonder schooldiploma. Hij is begonnen om jongeren die uitvallen op school te helpen. Hij zei me ‘ik heb zoveel hulpverleners ontmoet in mijn jeugd, waarom ben ik dan toch uitgevallen? Omdat ze niet naar me luisterden!’
Hulpverleners zijn vaak zo vooringenomen. We weten wel hoe we moeten luisteren, maar we kunnen het vaak niet meer. Luisteren zonder vooringenomenheid, zonder culturele vooroordelen, zonder meerderwaardigheidsgevoel. We domineren vaak met onze wereld het hele gesprek. We vinden onze normen, waarden en opvoeding beter dan die van anderen. Dat zit diep van binnen. En van daaruit gaan we handelen. We kunnen dan niet meer luisteren, het leidt tot uitsluiting. We kunnen pas luisteren als je de ander evenveel waard vindt als jezelf. Dat leerde die jongen mij opnieuw.

Welk boek of film raadt u aan?
Dat is het boek Posttraumatic Slave Syndrome van Dr. Joy DeGruy. Dat gaat over het trauma van generaties na de slavernij, over een postkoloniale tijd, in Amerika en elders. In Nederland houden we veel te weinig rekening met die collectieve geschiedenis. We houden zogenaamd rekening met de geschiedenis van mensen, maar niet met dit stuk. Het eeuwenlange gebrek aan zelfbeschikking van mensen, dat heeft invloed gehad op hun denken en handelen. Dat werkt generaties lang door. Nu het dit jaar 150 jaar geleden is dat de slavernij is afgeschaft, is dit een passend moment om die blinde vlek onder de aandacht te brengen. We zijn hier gewend om ‘cultuur’ als een verklaring te geven, maar je kunt niet zomaar verwijzen naar de ‘Surinaamse’ of ‘Antilliaanse’ of ‘Braziliaanse’ cultuur. Onze postkoloniale geschiedenis is veel meer dan cultuur. Je moet kijken wat er aan de hand is. Ik noem het een collectief trauma.

 Publicatiedatum: 24 maart 2013 23:10 uur
 
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder toestemming van Mikado.