Mikado - Kenniscentrum interculturele zorg  
 
   home       over mikado       activiteiten       publicaties       nieuws       agenda       abonnement       inloggen      English  
 
 

Column
   reageer      printversie  

Appels en peren
Regelmatig verschijnen onderzoeken over gezondheid, zorg en andere terreinen, waarin ‘allochtonen’ en ‘autochtonen’ met elkaar worden vergeleken. Recent bijvoorbeeld de cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau waaruit zou blijken dat Antilliaanse vrouwen vaak slachtoffer zijn van huiselijk geweld, zie bericht.

Wasif Shadid

In de berichtgeving over multicultureel Nederland trekt behalve de maatschappelijke debatten een andere kwestie de aandacht. Deze heeft te maken met statistische vergelijkingen van autochtonen en allochtonen wat betreft zaken zoals criminaliteit, huiselijk geweld, schooluitval, ziekte- en gezondheidsbeleving en contacten met de huisarts. Er wordt op twee manieren vergeleken.
Het eerste type vergelijking vindt plaats op basis van feitelijke statistieken, zoals vaak voorkomt in publicaties van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). De Jaarrapportage integratie 2005 van het SCP is hiervan een voorbeeld, waarin onder andere wordt gemeld dat de verdenking van criminaliteit bij allochtone groepen in de leeftijd tussen 18-24 jaar drie tot vier keer hoger is dan onder autochtonen.

Het tweede type betreft vergelijkingen van onderzoeksbevindingen verkregen met behulp van vragenlijsten. Het onderzoek van Etnomart over huiselijk geweld bij allochtonen dat in 2004 in opdracht van het ministerie van Justitie werd uitgevoerd, mag hier als voorbeeld dienen. Daarbij werd gebruik gemaakt van dezelfde vragenlijst als bij het onderzoek onder autochtonen in 1997. Uit de resultaten bleek onder andere dat 25% van de allochtonen en 40% van de autochtonen zei slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld. Ook vele andere onderzoeken, lokaal en landelijk, maken zulke vergelijkingen.

Mijn stelling is dat dergelijke statistische vergelijkingen suggestief, onjuist en onwenselijk zijn: ze vergelijken appels met peren. Men suggereert namelijk een automatisch verband tussen de bestudeerde verschijnselen enerzijds en etnisch-culturele herkomst anderzijds, zonder op andere mogelijke oorzaken van het verband in te gaan. Het is heel goed mogelijk dat het verschil tussen beide groepen beter verklaard kan worden door andere variabelen, zoals sociaal-economische status. Allochtonen bestaan voor een groter deel uit kansarme groepen, terwijl autochtonen uit relatief veel hoger opgeleiden en een nog grotere middengroep bestaan. Een vergelijking tussen beide groepen is alleen verdedigbaar als die plaatsvindt binnen vergelijkbare sociaal-economische lagen. Maatschappelijke problemen zoals criminaliteit, schooluitval, huiselijk geweld en ziektebeleving zijn vaak armoedeproblemen. Wanneer armoede centraal staat, zullen de statistische verschillen tussen autochtonen en allochtonen naar verwachting aanzienlijk kleiner worden.

Bij vergelijking aan de hand van vragenlijsten is er vaak een gebrek aan conceptuele equivalentie. Culturele groepen hebben verschillende visies op de werkelijkheid en geven daardoor anders invulling aan hun behoeften en gevoelens, zoals liefde, verdriet en vriendschap. Termen als ziekte, ondervoeding en geweld hebben in diverse culturen specifieke betekenissen. Leden van de groep zelf begrijpen dit heel goed, mensen daarbuiten in mindere mate of helemaal niet. Dit brengt met zich mee dat meetinstrumenten cultuurvrij moeten worden gemaakt. Bij het gebruik van vragenlijsten en schalen is dit echter moeilijk realiseerbaar.
Wetenschappers die zich bezig houden met de (on)mogelijkheid van vergelijking tussen culturele groepen doen crosscultureel onderzoek. Het minderhedenonderzoek in Nederland, vooral onder allochtonen van de eerste generatie, heeft vele crossculturele trekken. Onderzoekers staan daar echter nauwelijks bij stil, dus ook niet bij de extra eisen aan betrouwbaarheid en geldigheid die hun onderzoek eigenlijk stelt.
Conceptuele equivalentie vereist rekening houden met de culturele specificiteit van groepen, bijvoorbeeld het verbale en non-verbale taalgebruik en de betekenis toegekend aan termen in de vragenlijst. Wat te denken van de vraag ‘Kent u één of meer personen die geregeld gekleineerd of bespot worden?’ zoals gebruikt in het onderzoek naar huiselijk geweld. De betekenis en gevoeligheid van kleineren en bespotten is absoluut cultuurafhankelijk. Equivalentie wordt pas bereikt als een onderzoeker erin slaagt om betekenissen bij alle groepen op dezelfde manier te laten overkomen.

Als met deze kwesties geen rekening wordt gehouden, wat minderhedenonderzoekers vaak niet doen, ook niet die van het SCP en het CBS, dan is statistisch vergelijken van allochtonen en autochtonen een vergelijking van ‘appels met peren’. De gesuggereerde verbanden zijn dan ook niet meer dan schijnverbanden en hebben weinig of geen waarde.

Prof dr W. Shadid is hoogleraar interculturele communicatie

 Publicatiedatum: 28 april 2006 13:10 uur


Meer informatie:



Reageren
Wilt u uw mening, ideeën of reactie kwijt, dan kunt u nevenstaande formulier invullen. Uw reactie verschijnt direct zichtbaar op de website. Wilt u dit niet? Stuur uw reactie dan per .
 
naam

e-mail adres

(organisatie)
  reactie
 


 


'Ze moeten maar Nederlands leren'.
Mariëtte Hoogsteder.
 lees verder....



Geachte mevrouw de minister,
Tim Ruitenga.
 lees verder....



Waarom de vertellers moeder belde
Door: McGregor Spalburg .
 lees verder....



Een maïskolfje
door Amaryllis Sprock.
 lees verder....




 Zie ook het archief





Glenn Helberg
'Goed luisteren begint bij de ander even veel waard vinden'.
 lees verder....
 
 
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder toestemming van Mikado.