Zelfredzaamheid oudere allochtone vrouwen moet beter worden ondersteund

Oudere allochtone vrouwen vormen één van de meest kwetsbare groepen in de samenleving. Velen hebben bijzondere ondersteuning nodig en gemeenten kunnen daarbij helpen. Dat blijkt uit een onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut in opdracht van Nicis Institute. Op basis van de resultaten werd een handleiding voor gemeenten ontwikkeld om het probleem aan te pakken.

Met de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wordt de zelfredzaamheid van burgers in de gemeente steeds belangrijker. Burgers moeten zelf hun weg weten te vinden naar instellingen en moeten zelf hulp organiseren. Vooral voor oudere allochtone vrouwen van Turkse en Marokkaanse afkomst is dit geen vanzelfsprekendheid.

Belemmeringen
Meer dan 80 procent van de Turkse vrouwen en meer dan 90 procent van de Marokkaanse vrouwelijke 55-plussers in Nederland heeft geen enkele opleiding afgerond, zelfs geen basisonderwijs. Zij hebben vaak nooit gewerkt, nemen weinig deel aan het openbare leven en komen, als ze dat wel doen, veel belemmeringen tegen. Die belemmeringen worden nog groter op het moment dat deze vrouwen de opvoeding van de kinderen hebben afgerond of wanneer hun echtgenoot wegvalt. De emancipatieactiviteiten die gemeenten organiseren zijn vaak gericht op jongere vrouwen. De oudere allochtone vrouwen dreigen tussen wal en schip te vallen, terwijl hun aantal toeneemt.

Maatwerk sleutel tot integratie
Het Nicis Instituut en het Verwey-Jonker Instituut willen dit probleem aanpakken. "Deze vrouwen moeten niet vergeten en afgeschreven worden," zegt wetenschappelijk directeur Wim Hafkamp van Nicis Institute. Hij is van mening dat de zelfredzaamheid van oudere allochtone vrouwen vanuit gemeenten veel beter kan worden ondersteund. "Maatwerk en zelfredzaamheid zijn voor deze vrouwen de sleutel tot verdere integratie. Gemeenten moeten zich afvragen: voor wie doen we het, wat willen we en welke activiteiten passen bij deze groep. Te vaak worden projecten uitgevoerd die niet aansluiten bij de lokale doelgroep."

Staalkaart
Het Verwey-Jonker Instituut voerde een analyse uit van bestaande projecten. Daartoe werden landelijke projectendatabanken nagespeurd op initiatieven voor (oudere) allochtone vrouwen, die direct of indirect bijdragen aan het ondersteunen van zelfredzaamheid. Deze projecten werden vervolgens ingedeeld in zeven typen, elk met eigen doelen en/of middelen. Ook voerde het instituut enkele pilots uit in de gemeenten Enschede, Hengelo en Almelo, om zo met de meest geschikte oplossingen aan de slag te gaan. Op basis van de analyse en de pilots werd een staalkaart van typen projecten, overwegingen en stappen ontwikkeld. De staalkaart is een instrument dat gemeenten kan helpen bij het opzetten van goede projecten.

Handreiking
De staalkaart is opgenomen in de handreiking 'Zelfredzaamheid bevorderen voor allochtone vrouwen'. Daarin wordt de groep niet-Westerse, oudere allochtone vrouwen geschetst en wordt het begrip zelfredzaamheid nader omschreven. Ook bevat het rapport een driestappenplan dat gemeenten kunnen volgen bij het opzetten van projecten voor de lokale doelgroep. Tot slot reikt het rapport enkele voorbeeldprojecten aan.

De handreiking 'Zelfredzaamheid bevorderen voor allochtone vrouwen' kunt u hier downloaden.

Bron: Verwey-Jonker Instituut, Nicis InstituutPublicatiedatum: 18 december 2007 15:03 uur
 
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder toestemming van Mikado.